Biodiversiteit

     


Biodiversiteit, meer dan mooie bloemen alleen.
Als je de media moet geloven dan zou je de laatste tijd bijna denken dat je met een zakje zaad de wereld kunt redden.
Maar biodiversiteit gaat over meer dan bloemen en aaibare beestjes.

round_corner
Bloeiende dijk uit Verkade album

Eigenlijk gaat het vooral over de samenhang tussen alle organismen in de natuur. Het feit dat alles een plek heeft in een groter geheel.
Een waarde oordeel is hier niet op zijn plaats. En alleen iets doen voor de dingen die wij leuk vinden zoals vogels, vlinders, bijen en klaprozen maakt het probleem misschien alleen maar erger. Want van veel organismen die een belangrijke bijdrage leveren aan onze biodiversiteit weten we vaak van het bestaan niet eens af. Of we proberen ze met alle macht uit te roeien omdat ze zo ‘lastig’ of ‘lelijk’ zijn.

Lokale biodiversiteit

In Drenthe is over lange tijd onderzoek uitgevoerd naar de flora in de wegbermen. Hieruit is gebleken dat typisch Drentse soorten minder worden. Terwijl soorten zoals de margriet, die van oorsprong niet veel in Drenthe voorkwamen, talrijker worden. De ironie wil dat deze situatie mede veroorzaakt is door het inzaaien van de bermen met wilde bloemenmengsels ten bate van de natuur.

round_corner
Margrieten in de ARH tuin

De margriet is een plant die van nature in Nederland thuishoort, maar dus niet specifiek in Drenthe.
Het feit dat ze nu in grotere getale voorkomt is dus, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, geen goede graadmeter voor de conditie van de lokale biodiversiteit.

Genetica

Een andere verrassende invalshoek is de biodiversiteit vanuit genetisch perspectief.
Van alle houtige gewassen (struiken en bomen) in de Nederlandse bossen was in 2001 nog maar 5% genetisch autochtoon. De rest is import uit Zuid en Oost-Europa.
Aan de wetenschappelijke naam, de manier om een soort te identificeren, is niets te zien. En zo kan het zijn dat de meidoorn die je had uitgezocht als inheemse boom voor je tuin eigenlijk opgekweekt is in Spanje.
Hoewel de boom er hetzelfde uit zal zien, is deze minder goed aangepast aan het Nederlandse klimaat.
En ook gevoeliger voor ziektes die hier voorkomen.
Bovendien kan de bloeitijd net iets afwijken, waardoor de aansluiting met de vliegtijd van bestuivende insecten scheef loopt.
Maar het kan voor de tuin ook leuk uitpakken. Neem de Nederlandse karthuizer anjer. Deze is veel kleiner, en heeft een kortere bloeitijd dan zijn naamgenoot die van origine uit Oost-Europa komt.
Het is daarom de laatste vorm die je bij de kwekerij of het tuincentrum zult vinden en niet de ‘minderwaardige’ Nederlandse vorm.

Kweekprogramma Staatsbosbeheer

Om het genetisch autochtoon materiaal van onze bomen en struiken voor de toekomst te kunnen behouden heeft Staatsbosbeheer in 2006 een kweekprogramma opgezet.
Er is vermeerderings materiaal verzameld in oorspronkelijke bossen en houtwallen die te vinden waren op oude kaarten.
Van de bomen en struiken uit de ARH tuin die tijdelijk bij Paul van het Padje zijn ondergebracht is het merendeel afkomstig uit dit kweekprogramma.

round_corner
Uit logeren bij Paul

Het gaat om een aantal zeldzame rozen, een tweetal hazelaars en een zoete kers.
Verder twee wilde mispels en een wilde appel, beiden komen nog sporadisch voor in Nederland.
Zo draagt de ARH ook een steentje bij aan het behoud van de (genetische) biodiversiteit.